ECLI:NL:GHAMS:2009:BI5056
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- V. van den Brink
- A. Smeeïng-van Hees
- A.M.C. Groen
- Rechtspraak.nl
Gebruik door ziektekostenverzekeraars van individuele aanwijzingsbevoegdheid voor generieke geneesmiddelen
In deze zaak stond de vraag centraal of ziektekostenverzekeraars hun individuele aanwijzingsbevoegdheid mochten gebruiken om generieke geneesmiddelen aan te wijzen op basis van de laagste prijs volgens de G-standaard. Appellanten, bestaande uit groothandelaren en apotheken, voerden aan dat deze werkwijze hen benadeelde omdat zij geen vergunninghouders zijn en daardoor geen invloed kunnen uitoefenen op de prijsopgave in de taxe.
Het hof oordeelde dat het de verzekeraars vrijstaat hun aanwijzingsbevoegdheid te gebruiken voor een doelmatige en kostenbesparende vergoeding van geneesmiddelen. Het feit dat alleen vergunninghouders prijzen kunnen opgeven in de taxe en daardoor invloed hebben op de aanwijzing, is inherent aan het systeem en niet onrechtmatig. De door appellanten geuite bezwaren over uitsluiting en inkomensverlies konden niet voldoende worden onderbouwd.
Ook het gevolg dat lagere prijzen voor aangewezen geneesmiddelen marktbreed doorwerken, werd niet als onrechtmatig beoordeeld. Het hof benadrukte het belang van kostenbesparing in de zorg en stelde dat het huidige systeem niet onoirbaar is. De vorderingen van appellanten werden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellanten af.