ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0972
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- R.G. Kemmers
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Berekening en verdeling toescheiding voormalige echtelijke woning en spaargelden na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in 2000 onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2008 gescheiden. De woning, gekocht in 1997, was eigendom van de vrouw voor 60% en de man voor 40%, mede door een bijdrage van de vader van de vrouw. De hypotheek bedroeg €210.000 en de woningwaarde per peildatum was €430.000.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking waarin was bepaald dat zij de woning toegewezen kreeg onder betaling aan de man van €88.000, dat de levensverzekering gekoppeld aan de hypotheek gesplitst moest worden, en dat de spaargelden gelijk verdeeld werden. De vrouw betwistte het bedrag dat zij aan de man moest betalen, de verdeling van de spaargelden vanwege een schenking van haar grootvader, en de verdeling van de levensverzekering.
Het hof oordeelde dat de vrouw gehouden is aan de huwelijkse voorwaarden en dat de inbreng van de vader reeds in de eigendomsverhouding is verdisconteerd. De vrouw moet dus €88.000 aan de man betalen, wat neerkomt op 40% van de woningwaarde minus de hypotheekschuld. De spaargelden werden anders verdeeld omdat een deel toebehoorde aan de dochter, en de levensverzekering werd niet aan de vrouw toegescheiden vanwege financieel nadeel voor de man.
Het hof vernietigde het deel van de beschikking over de spaargelden en bepaalde een nieuwe verdeling, bekrachtigde de rest van de beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vrouw €88.000 aan de man moet betalen voor de woning, wijzigt de verdeling van spaargelden en bekrachtigt de verdeling van de levensverzekering.