ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0995
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.L. Diender
- H.L.L. Neervoort-Briët
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijf kinderen en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2008 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee minderjarige kinderen geboren. De rechtbank bepaalde dat beide kinderen hun hoofdverblijf bij de man zouden hebben, met een omgangsregeling voor de vrouw, en legde een partneralimentatieverplichting op aan de vrouw.
De vrouw kwam in hoger beroep met verzoeken tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, uitbreiding van de omgangsregeling, en vermindering of afwijzing van de partneralimentatie. Het hof stelde vast dat de hoofdverblijfplaats van het oudste kind bij de man blijft, maar die van het jongste kind naar de vrouw wordt gewijzigd. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de lopende regeling te handhaven vanwege het belang van de kinderen en de spanningen tussen ouders. Het hof volgde dit advies en stelde nadere afspraken over vakanties, feestdagen en contactmogelijkheden vast. De partneralimentatieverplichting werd afgewezen omdat de man niet behoeftig is, gelet op zijn inkomen en uitgaven.
Het hof bekrachtigde verder de rechtbankbeschikking voor zover niet gewijzigd en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijzigt de hoofdverblijfplaats van het jongste kind naar de moeder en wijst het verzoek tot partneralimentatie af wegens gebrek aan behoeftigheid.