ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ2756
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid cao en loonbetaling bij arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer, werkzaam als slachter, en zijn werkgever over de toepassing van de cao en de loonbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid. De werknemer was sinds 2001 in dienst en was meerdere keren ziek gemeld. De cao voor de vleessector werd pas vanaf 15 december 2005 algemeen verbindend verklaard en was dus niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst voorafgaand aan die datum.
De werknemer vorderde betaling van loon en vakantietoeslag over de periode januari 2005 tot mei 2006 op basis van de cao. De werkgever betwistte dit en stelde dat de cao niet van toepassing was en dat de werknemer zijn arbeidsongeschiktheid opzettelijk had veroorzaakt of zijn genezing had belemmerd. Het hof oordeelde dat geen feiten waren gesteld die opzet aannemelijk maken en dat de werknemer zijn genezing niet had vertraagd of belemmerd.
Verder stelde het hof dat de cao alleen van toepassing was voor de periode vanaf de algemeen verbindend verklaring en dat de werkgever het te veel betaalde loon mocht verrekenen. Het hof besloot de zaak aan te houden voor verdere inventarisatie van de resterende geschillen over de loonbetalingen en stelde een comparitie van partijen in.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de cao alleen vanaf de algemeen verbindend verklaring geldt en verwerpt het beroep op opzet van de werknemer.