ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ3261
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering woning in economisch verkeer na brandschade voor successierecht
Op 5 maart 2003 is de erflaatster omgekomen bij een brand in haar woning. De woning was daardoor onbewoonbaar en had een lagere marktwaarde ten tijde van overlijden. De verzekeringsuitkering van € 99.509 werd volledig gebruikt voor herstel van de woning. Belanghebbende heeft de woning daarna verder gerenoveerd en in april 2004 verkocht voor € 377.500.
De waarde van de woning vóór de brand was € 287.000. De inspecteur stelde de waarde ten tijde van overlijden vast op € 220.000, rekening houdend met de brandschade en de verzekeringsuitkering. Belanghebbende betwistte deze waardering, maar het hof oordeelde dat de waarde in het economische verkeer de prijs is die bij verkoop na beste voorbereiding zou zijn behaald, inclusief de verzekeringsuitkering.
Het hof concludeerde dat de lagere waarde door de onbewoonbaarheid gerechtvaardigd was, maar dat de verzekeringsuitkering de waarde compenseerde. De latere verkoopprijs was geen reden om de waarde lager te stellen, omdat de meerwaarde na het overlijden was gerealiseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de waarde van de woning inclusief verzekeringsuitkering correct is vastgesteld op € 220.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.