ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4028
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Eigendomsgeschil over strook grond achter nieuwbouwwoning en verkrijgende verjaring
De gemeente verkocht in 1988 bouwpercelen aan een vennootschap, die deze kavels aan appellant leverde via een ABC-constructie. Appellant richtte een achtertuin in tot aan een sloot, maar de gemeente stelt dat een strook grond achter de tuin aan haar toebehoort. In eerste aanleg werd de vordering van appellant tot eigendom van deze strook afgewezen.
In hoger beroep stelt appellant primair eigendom op grond van levering en subsidiair op verkrijgende verjaring. Het hof oordeelt dat de strook niet onderdeel was van de koop tussen gemeente en vennootschap en dus niet aan appellant is geleverd. Verder ontbreekt het aan goede trouw van appellant voor verkrijgende verjaring, omdat hij voldoende reden had te twijfelen aan de omvang van zijn perceel, mede door de kadastrale inmeet en verkoopbrochure.
Appellant beroept zich daarnaast op artikel 6:248 lid 2 BW Pro wegens rechtsverwerking en schending van beginselen van behoorlijk bestuur door de gemeente. Het hof erkent dat de gemeente haar volmachtgevers had moeten informeren over de inmeetresultaten en dat het lang wachten met het opeisen van de strook ongelukkig is, maar ziet dit niet als voldoende voor rechtsverwerking. Het hof gelast een plaatsopneming en comparitie om feiten te onderzoeken en mogelijke schikking te beproeven.
Uitkomst: Het hof gelast een plaatsopneming en comparitie en houdt verdere beslissing aan.