ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4324
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonstop wegens weigering re-integratiebegeleiding na ziekte
In deze zaak staat centraal of de werkgever terecht de loonbetaling aan de werknemer heeft gestaakt op grond van artikel 7:629 lid 3 sub d BW Pro, omdat de werknemer zonder deugdelijke grond weigerde mee te werken aan een fysiek activerend re-integratietraject voorgeschreven door de bedrijfsarts.
De werknemer had bezwaar tegen de door de werkgever aangewezen therapeut, mede vanwege een vermeende band met de werkgever, en gaf medische klachten op als reden voor haar weigering. Het UWV bracht een deskundigenoordeel uit waarin werd vastgesteld dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht en dat de werknemer verantwoordelijk was om mee te werken.
De medische verklaringen, waaronder die van de KNO-arts, boden geen overtuigend bewijs dat de werknemer op medische gronden niet in staat was het begeleidingstraject te volgen. De werknemer had ook geen deskundigenverklaring van het UWV overgelegd die haar verhindering aannemelijk maakte.
Het hof oordeelde dat de werkgever zorgvuldig en binnen redelijke termijn had gehandeld bij het staken van de loonbetaling en dat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet kon meewerken. De grieven van de werknemer worden verworpen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de loonbetaling mocht worden gestopt wegens weigering van medewerking aan re-integratie zonder voldoende medische grond.