ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4567
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Wigleven
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Kind heeft recht op omgang met biologische vader ondanks spanningen tussen ouders
De zaak betreft een geschil over de omgangsregeling tussen een minderjarige en zijn biologische vader. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die een omgangsregeling van eenmaal per drie weken op zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur toestond. De moeder verzoekt in incidenteel hoger beroep ontzegging van omgang vanwege de negatieve invloed op het kind.
Uit de feiten blijkt dat de omgang onder begeleiding positief verliep en later onbegeleid werd uitgebreid. De omgang stopte op verzoek van de moeder in maart 2009. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een omgangsregeling van eens in de drie weken vanwege het belang van het kind bij contact met zijn biologische vader.
Het hof oordeelt dat het kind recht heeft op omgang met zijn biologische vader die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De moeder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat omgang afbreuk doet aan de gezondheid van het kind of dat de vader ongeschikt is. Het hof stelt daarom een omgangsregeling vast van eenmaal per maand vier uur op de eerste zaterdag, waarbij de vader het kind ophaalt en terugbrengt. Het verzoek tot dwangsom wordt afgewezen vanwege de gespannen verhoudingen.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast waarbij het kind eenmaal per maand vier uur omgang heeft met zijn biologische vader.