ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5366
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.L. Diender
- E. Gras
- Rechtspraak.nl
Beoordeling partneralimentatie en draagkracht na echtscheiding met verwijtbaar inkomensverlies
Partijen zijn na een langdurige relatie gescheiden. De man, voormalig maat in een tandartsenmaatschap, ervaart een inkomensdaling na zijn vertrek en startte een eigen bedrijf met beperkt resultaat. De vrouw werkt als tandarts en heeft een hoger inkomen uit de maatschap en verhuur.
De man vordert een hogere partneralimentatie, terwijl de vrouw dit betwist en incidenteel hoger beroep instelt voor een lagere bijdrage. Het hof beoordeelt de behoefte van de man, zijn verdiencapaciteit en de draagkracht van de vrouw op basis van recente inkomensgegevens en overige financiële omstandigheden.
Het hof stelt vast dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep betreffende de bijdrage voor de jongmeerderjarige [C], omdat deze niet zelfstandig in rechte is betrokken. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.878,- per maand, waarbij de draagkracht van de vrouw en de behoefte van de man zorgvuldig zijn gewogen.
Verzoeken tot beperking van de partneralimentatie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De beschikking wordt voor zover nodig vernietigd en opnieuw vastgesteld, met onmiddellijke uitvoerbaarheid.
Uitkomst: De vrouw moet vanaf 9 juni 2008 een partneralimentatie van €1.878,- per maand aan de man betalen; haar hoger beroep over de bijdrage voor de jongmeerderjarige is niet-ontvankelijk verklaard.