ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5558
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M. Wigleven
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening bij samenwoning vader en nieuwe partner
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie centraal, waarbij de draagkracht van de vader over verschillende perioden werd beoordeeld. De moeder stelde dat de vader samenwoonde met zijn nieuwe partner en diens kinderen, wat invloed zou hebben op zijn draagkracht. Het hof onderzocht dit aan de hand van getuigenverklaringen en bewijsaanbod.
De vader werd over de periode van 1 februari 2007 tot 1 juni 2008 als alleenstaande ouder beschouwd, waarbij de draagkracht werd verdeeld over drie kinderen vanwege de bijdrage van de partner in de kosten. Voor de periode van 1 juni 2008 tot 16 maart 2009 werd rekening gehouden met een maandelijkse bijdrage van de partner, waardoor de vader een draagkrachtpercentage van 45% kreeg toegewezen. Vanaf 16 maart 2009 werd de vader opnieuw als alleenstaande beschouwd, met een draagkrachtpercentage van 70%, mede door de inwerkingtreding van de Wet bevordering voortgezet ouderschap.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor de periode tot 16 maart 2009 en stelde nieuwe maandelijkse bijdragen vast: €150 per kind van 1 februari 2007 tot 1 juni 2008 en €127 per kind van 1 juni 2008 tot 16 maart 2009. De bijdrage vanaf 16 maart 2009 bleef €162 per kind. Het hof wees verder het meer of anders gevorderde af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof past de kinderalimentatiebetalingen aan over verschillende perioden en bevestigt een draagkrachtpercentage van 70% vanaf 16 maart 2009.