ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5893
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- O.B. Onnes
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Toepassing cultuurgrondvrijstelling op braakliggend landbouwperceel bij gemeentelijke aankoop en bouwrijp maken
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de cultuurgrondvrijstelling voor de onroerende-zaakbelasting over het jaar 2003 op een perceel landbouwgrond in de gemeente Haarlemmermeer. Belanghebbende was eigenaar en exploitant van het perceel tot 4 maart 2003, waarna de gemeente het perceel verwierf en bouwrijp maakte.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing was omdat het perceel op 1 januari 2003 nog bedrijfsmatig werd geëxploiteerd voor landbouw. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in, stellende dat belanghebbende niet had bewezen dat het perceel op die datum nog bedrijfsmatig werd geëxploiteerd, mede omdat de gemeente kort daarna begon met bouwrijp maken.
Het hof oordeelt dat de landbouwfunctie en bedrijfsmatige exploitatie op 1 januari 2003 nog ongewijzigd aanwezig waren. Het braakliggen van het perceel was een bewuste keuze en maakte de bedrijfsmatige exploitatie niet teniet. De brief van de gemeente van 27 januari 2003, waarin werd aangekondigd dat bouwrijp maken zou beginnen, was onvoldoende om te concluderen dat op 1 januari 2003 geen sprake meer was van bedrijfsmatige exploitatie.
Het hof bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 13 augustus 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.