ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6857
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- R.G. Kemmers
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling echtscheiding onder Marokkaans recht met toewijzing woningwaarde
Partijen zijn in 1991 in het Marokkaanse Consulaat te Amsterdam gehuwd en hun huwelijk is in 2006 ontbonden. Het geschil betreft de vermogensrechtelijke afwikkeling van de echtscheiding onder toepassing van Marokkaans recht, waarbij het hof oordeelt over de aanspraken van de vrouw op de waarde van een perceel grond en woning in Marokko.
De man had het perceel grond in 1978 voor de helft in eigendom, kocht in 1994 het aandeel van zijn vader en verkocht het perceel met woning in 2001 voor € 17.000,-. De vrouw stelde aanspraak te maken op de helft van de waarde van het perceel en de woning, terwijl de man betoogde dat hij dit geheel zelf had gefinancierd. Het hof stelde vast dat de vrouw door haar inspanningen en bijdrage aan de financiering recht heeft op de helft van de waarde, minus de waarde van het oorspronkelijk door de man verworven perceel.
Het hof verwierp de stelling van de man dat de vrouw geen aanspraak heeft en ging voorbij aan zijn onvoldoende onderbouwde betwistingen. De waarde van het perceel en de woning werd vastgesteld op € 17.000,- conform de verkoopakte, waarbij de waarde van het perceel van 1978 op € 454,- werd gesteld. Uiteindelijk werd bepaald dat de man de vrouw € 8.273,- dient te betalen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet aan de vrouw € 8.273,- betalen als deel van de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun echtscheiding.