ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ7367
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- P. Ingelse
- N. van Lingen
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Gebruik aanduidingen Hollander en It must be a Hollander maakt geen merkinbreuk op Hollandia biermerk
Bavaria, producent van bier onder het merk Hollandia, vorderde in kort geding dat AP werd verboden de aanduidingen Hollander en It must be a Hollander te gebruiken voor bier. AP had deze merken gedeponeerd en was voornemens het bier alleen bij betere slijterijen te verkopen. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Bavaria af, waarna Bavaria hoger beroep instelde.
Het hof overwoog dat het woordmerk Hollandia weinig onderscheidend vermogen heeft omdat het is afgeleid van de geografische aanduiding Holland. De tekens van AP onderscheiden zich voldoende door het gebruik van een zwarte rechthoek of vierkant met witte letters, een gestileerde letter H en een rode tulp. Hierdoor is het gevaar voor verwarring tussen de merken onvoldoende aannemelijk.
Bavaria's beroep op merkinbreuk en misleidende reclame faalde omdat er geen sprake is van overeenstemming die verwarring of oneerlijke mededinging veroorzaakt. Ook het beroep op auteursrecht op de flesvorm werd ingetrokken. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde Bavaria in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Bavaria af wegens onvoldoende onderscheidend vermogen en gebrek aan verwarringsgevaar.