ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8833
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.H. van Asperen
- J.F. Nijboer
- H.J. Bronkhorst
- Rechtspraak.nl
Nietigheid inleidende dagvaarding wegens onvoldoende feitelijke omschrijving seksuele afbeeldingen
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Alkmaar. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de dagvaarding, waarin sprake was van vage beschrijvingen zoals 'afbeelding van een seksuele gedraging' zonder nadere feitelijke omschrijving of toevoeging van de betreffende foto's.
Het hof stelde vast dat de dagvaarding niet voldeed aan de eisen van artikel 261 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat de verdachte niet duidelijk kon worden gemaakt welk feit hem precies werd verweten. De enkele vermelding van de term zonder feitelijke concretisering of toevoeging van de foto's maakt de dagvaarding onvoldoende.
Het hof overwoog dat indien de foto's wel waren toegevoegd en als onderdeel van de tenlastelegging waren gesteld, een nadere omschrijving in woorden niet nodig zou zijn geweest. Nu dit niet het geval was, was de dagvaarding nietig.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en verklaarde de inleidende dagvaarding nietig, waarmee de procedure in deze vorm niet kon worden voortgezet.
Uitkomst: De inleidende dagvaarding is nietig verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van het tenlastegelegde.