ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0598
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M. Wigleven
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie wegens gewijzigde draagkracht vader na echtscheiding
Partijen zijn in 1993 gehuwd en in 2001 gescheiden, waarbij in het echtscheidingsconvenant een maandelijkse bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen werd vastgesteld. De vader voerde aan dat deze bijdrage destijds niet in overeenstemming was met de wettelijke maatstaven en dat sindsdien sprake is van gewijzigde omstandigheden die een aanpassing rechtvaardigen.
Het hof stelde vast dat de vader sinds 1998 twee ondernemingen drijft met wisselende resultaten en dat hij zijn vermogen van ten minste ƒ650.000 volledig heeft aangewend voor zijn onderneming, levensonderhoud en onderhoudsverplichtingen. De vader kon geen draagkracht worden toegerekend, mede gezien de aanzienlijke schuldenlast en het feit dat verliezen van de tweede onderneming niet ten koste mogen gaan van de onderhoudsverplichting.
De moeder betwistte de wijziging, maar het hof oordeelde dat de behoefte aan de bijdrage vaststaat en dat de draagkracht van de vader onvoldoende is. Het hof stelde de onderhoudsbijdrage voor de kinderen op nihil met ingang van 1 oktober 2008 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderalimentatie voor twee kinderen wordt met ingang van 1 oktober 2008 op nihil gesteld wegens onvoldoende draagkracht van de vader.