ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0613
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.P. IJland-van Veen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verhaalsbijdrage en vermogensrechtelijke positie van man
In deze civiele zaak in hoger beroep staat centraal of de man als rechthebbende kan worden aangemerkt van het vermogen op een bankrekening die op zijn naam staat, hetgeen relevant is voor de bepaling van zijn verhaalsbijdrage aan de gemeente.
De man stelt dat zijn in Suriname woonachtige vader de rechthebbende is en dat hij slechts houder is van het vermogen. Het hof overweegt dat op grond van de artikelen 3:109 en 3:119 lid 1 BW de man wordt vermoed rechthebbende te zijn. De man heeft mutatieoverzichten overgelegd, maar deze zijn onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Bovendien tonen mutaties op de rekening aan dat de man ook als rechthebbende moet worden beschouwd.
De gemeente was niet bekend met deze rekening bij het eerdere verzoekschrift, waardoor het niet verwijtbaar is dat het vermogen toen niet werd meegenomen. Het hof wijst het bewijsaanbod van de man af wegens onvoldoende specificatie. Gezien de draagkracht van de man staat vast dat hij de verhaalsbijdrage kan betalen.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover het verzoek van de gemeente werd afgewezen en bepaalt dat de man vanaf 1 maart 2008 een verhaalsbijdrage van €305 per maand moet betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden niet aan de gemeente opgelegd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man vanaf 1 maart 2008 een verhaalsbijdrage van €305 per maand moet betalen.