ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3173
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.L. Bruinsma
- E. Mijnsberge
- J.G. Bulsing
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM en veroordeling voor bezit vals paspoort door vreemdeling zonder vluchtelingenstatus
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging van een vreemdeling die een vals paspoort bezat, terwijl hij asiel had aangevraagd maar geen vluchtelingenstatus had gekregen. Het hof stelde vast dat de asielaanvraag van de verdachte onherroepelijk was afgewezen, waardoor hij niet onder de bescherming van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag viel.
De verdediging voerde aan dat het OM te lichtvaardig tot vervolging was overgegaan en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat vergelijkbare zaken uit 2006 en 2007 waren geseponeerd. Het hof verwierp deze bezwaren, mede omdat in deze zaak tijdig was beoordeeld dat de verdachte geen vluchtelingenstatus had.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 25 november 2007 op Schiphol in het bezit was van een vals Syrisch paspoort waarvan hij wist dat het vals was. Het beroep op psychische overmacht werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van voorarrest, conform de straf die de politierechter had opgelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens bezit van een vals paspoort.