ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4754
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van raadsheren in strafzaak wegens vermeende onpartijdigheid
In deze zaak heeft de raadsman van verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de drie raadsheren die de strafzaak in hoger beroep zullen behandelen. De grondslag van het verzoek was de vrees dat de raadsheren niet onpartijdig zouden zijn vanwege de bijzondere positie van de sectorvoorzitter, die betrokken was bij de eerdere beslissing in eerste aanleg.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard en het inhoudelijk beoordeeld. Uit de wetsbepalingen volgt dat het bestuur van een gerecht, waaronder de sectorvoorzitter, niet inhoudelijk mag treden in zaken die door andere raadsheren worden behandeld. De kamer heeft vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de sectorvoorzitter zich heeft bemoeid met de inhoudelijke beoordeling van de strafzaak of dat de raadsheren hierdoor beïnvloed zijn.
De wrakingskamer benadrukt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. In deze zaak zijn geen zodanige omstandigheden aangetoond. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de raadsheren is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.