ECLI:NL:GHAMS:2009:BK6318
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.B. Boorsma
- A.M.C. Groen
- K.J. Haarhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens valse aangifte en schending informatieplicht
Appellanten waren toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar deze werd tussentijds beëindigd door de rechtbank Utrecht op verzoek van de bewindvoerder. De reden was dat appellant een valse aangifte van diefstal had gedaan van een geleasede auto, wat een onrechtmatige daad vormt en mogelijk tot regresvorderingen van de verzekeraar kan leiden. Tevens had appellante dit belangrijke feit niet gemeld.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de beëindiging een te zware sanctie was gezien de bedreigingen door schuldeisers en de persoonlijke omstandigheden, waaronder ziekte en overlijden van familieleden en de zorg voor kinderen. Zij stelden dat de valse aangifte een noodsprong was zonder financieel voordeel en dat zij de situatie hadden verdrongen tot zij in 2009 een brief van de verzekeraar ontvingen.
Het hof oordeelde dat appellant geen afdoende verklaring gaf voor de valse aangifte en dat de schuld aan de verzekeraar als een niet te goeder trouw ontstane schuld moet worden aangemerkt. Daarnaast hadden appellanten de bewindvoerder niet geïnformeerd over de politieverklaring waarin de valse aangifte werd toegegeven, wat een ernstige schending van de informatieplicht vormt. De gronden van appellanten werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarmee de schuldsaneringsregeling werd beëindigd en faillissement dreigt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens valse aangifte en schending van de informatieplicht.