ECLI:NL:GHAMS:2009:BK7185
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- W.M.G. Visser
- J.A. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een object bestaande uit twee percelen, waarvan één perceel deels wordt gebruikt voor de teelt van zonnebloemen. De heffingsambtenaar stelde de waarde van het object vast zonder toepassing van de cultuurgrondvrijstelling, terwijl de rechtbank deze vrijstelling wel toepaste en de waarde verlaagde.
In hoger beroep staat centraal of het perceel waarop de zonnebloemen worden geteeld bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond is, zodat de vrijstelling van toepassing is. Belanghebbende stelde dat sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie, onderbouwd met gegevens over omzet, huur, en werkzaamheden.
Het hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. De omzet is laag en de oppervlakte beperkt. Daarnaast is de oppervlakte van de gehuurde percelen lager dan door belanghebbende gesteld. Het hof acht de activiteiten eerder hobbymatig van aard.
Het hof wijst ook het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat de eerdere toepassing van de vrijstelling door de heffingsambtenaar ten onrechte was. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond omdat geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie.