ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8073
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.G. Kleene-Eijk
- M.E. Burger
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mede-eigendom en kostenverdeling appartement na echtscheiding
Partijen zijn in 1968 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd en in 2006 gescheiden. Het geschil betreft de vraag of de vrouw mede-eigenaar is van een appartement in Florida dat de man in 1989 heeft gekocht. De vrouw stelt mede-eigendom en vordert een verdeling van het appartement en kosten.
Het hof past het recht van Florida toe, waar het appartement is gelegen. Uit het bewijs blijkt dat de vrouw geen mede-eigenaar is van het appartement, maar alleen mede-eigenaar is van een apart stuk grond voor een zwembad en andere voorzieningen, wat niet onderwerp van het geschil is. De overige stukken van de vrouw zijn onvoldoende om mede-eigendom aan te tonen.
Daarnaast is er discussie over de notariële kosten van overdracht van onroerende zaken die aan de man zijn toegewezen. Het hof oordeelt dat deze kosten naar evenredigheid van de aandelen door beide partijen moeten worden gedragen. Het verzoek van de vrouw om deze kosten volledig aan de man toe te rekenen wordt afgewezen, mede gelet op de overbedeling die zij heeft ontvangen.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de vrouw geen mede-eigenaar is van het appartement en wijst haar verzoeken af.