ECLI:NL:GHAMS:2009:BL1928
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- S. Clement
- C.T. Barbas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid vervolging en schadevergoeding na betrokkenheid bij terugvinding gestolen schilderijen
Appellant had contact gelegd met een veilinghuis over vermoedelijk gestolen schilderijen en onderhandelde over de teruggave ervan. Tijdens een politiegeobserveerde overdracht werden hij en anderen aangehouden op verdenking van diefstal of heling. Appellant stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door hem als infiltrant gevaar te laten lopen en hem onterecht als verdachte te behandelen.
Het hof oordeelde dat appellant niet als infiltrant was ingezet door justitie en dat hij zelf contact had gezocht met het veilinghuis. Er was geen bewijs dat de Staat hem bewust in gevaar had gebracht of valselijk als verdachte had aangemerkt. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat appellant bescherming had moeten krijgen tegen represailles.
De rechtbank had de vorderingen van appellant afgewezen en het hof bekrachtigde dit vonnis. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof concludeerde dat de vervolging en aanhouding rechtmatig waren en dat de Staat niet onrechtmatig had gehandeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door de Staat.