ECLI:NL:GHAMS:2009:BL2935
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige publicatie over buitenplaats en reputatie
In deze civiele zaak stond centraal of een artikel in HP/De Tijd over de buitenplaats van appellant onrechtmatig was jegens hem en zijn gezin. Appellant stelde dat de publicatie, met termen als “barbaren” en de kwalificatie dat het huis agressie opwekt, onrechtmatig was en eiste schadevergoeding en een verklaring voor recht.
De rechtbank Utrecht wees de vorderingen af, wat appellant in hoger beroep aanvocht met drie grieven. Het hof ging uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en beoordeelde vervolgens of de vrijheid van meningsuiting was overschreden door onnodig grievende of beledigende uitlatingen.
Het hof oordeelde dat de term “barbaren” in de context van het artikel een mild spottend waardeoordeel betrof gericht op de buitenplaats en niet op appellant persoonlijk. De publicatie was licht ironisch en niet onrechtmatig. Ook de uitspraak dat het huis agressie opwekt werd niet onrechtmatig geacht, mede omdat het pand eerder was beklad met negatieve leuzen. Het ontbreken van positieve kritieken in het artikel maakte de publicatie niet onrechtmatig.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat de publicatie binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting viel en geen onrechtmatige daad opleverde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de publicatie niet onrechtmatig is jegens appellant.