ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3456

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.030.975/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.G. Kemmers
  • C.G. Kleene-Eijk
  • J.J.M. Bruinsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:6 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen wijziging geslachtsnaam wegens twijfel over rechtsgeldigheid huwelijk ouders

De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Alkmaar die op verzoek van het Openbaar Ministerie de wijziging van haar geslachtsnaam van de naam van haar vader naar die van haar moeder beval. De vrouw betwistte de wijziging en voerde aan dat uit een eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag niet blijkt dat het huwelijk van haar ouders niet rechtsgeldig was, en dat de naamswijziging een onrechtmatige inbreuk op haar privéleven zou vormen.

Het hof stelde vast dat de geboorteakte vermeldt dat zij de dochter is van echtgenoten met de naam van haar vader als geslachtsnaam. Volgens artikel 1:6 BW Pro geldt dat de geslachtsnaam dwingend wordt bewezen door de geboorteakte. De eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag stelde slechts vast dat niet was komen vast te staan dat er een rechtsgeldig huwelijk was, maar dit betekent niet dat het huwelijk nietig was of niet heeft bestaan.

Het Openbaar Ministerie had geen feiten of omstandigheden gesteld die het tegendeel bewezen. Het hof passeerde het bewijsaanbod van het OM en concludeerde dat de rechtbank Alkmaar ten onrechte de naamswijziging had bevolen. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en wees het het verzoek tot naamswijziging af.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot naamswijziging en wijst het verzoek af wegens onvoldoende bewijs van niet-rechtsgeldig huwelijk van de ouders.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER
BESCHIKKING van 22 december 2009 in de zaak met landelijk zaaknummer 200.030.975/01 van:
[…],
wonende te […],
APPELLANTE,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens te Den Haag,
t e g e n
HET OPENBAAR MINISTERIE,
GEÏNTIMEERDE.
1. Het geding in hoger beroep
1.1. Appellante en geïntimeerde worden hierna respectievelijk de vrouw en het OM genoemd.
1.2. De vrouw is op 16 april 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 21 januari 2009 van de rechtbank te Alkmaar, met kenmerk 106669 / FA RK 08-1054.
1.3. Van de zijde van de gemeente Alkmaar heeft het hof op 8 september 2009 nadere stukken ontvangen.
1.4. De zaak is op 10 september 2009 ter terechtzitting behandeld.
1.5. Ter terechtzitting zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door R. Luttikhuizen, advocaat te Den Haag;
- de advocaat-generaal.
De gemeente Alkmaar is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2. De feiten
2.1. De vrouw is geboren te Alkmaar [in] 1982. Zij is de dochter van [voornaam x] [X] en [voornaam y] [Y]. In de geboorteaangifte is als geslachtsnaam opgenomen de naam van de vader: [X].
2.2. In het kader van de echtscheidingsprocedure van de ouders van de vrouw heeft de rechtbank Den Haag in haar beschikking van 25 augustus 2006 beslist: ‘verklaart voor recht dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen sprake is van een rechtgeldig huwelijk”.
3. Het geschil in hoger beroep
3.1. Bij de bestreden beschikking is op het verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar de verbetering gelast van aktenummer 690 voorkomende in de registers van geboorten van de gemeente Alkmaar voor het jaar 1982, aldus dat de geslachtsnaam [X] wordt gewijzigd in [Y].
3.2. De vrouw verzoekt de beschikking waarvan beroep nietig te verklaren, althans te vernietigen en alsnog het verzoek af te wijzen.
4. Beoordeling van het hoger beroep
4.1. Voor zover de grieven van de vrouw betrekking hebben op de gang van zaken in de procedure in eerste aanleg behoeven deze geen bespreking meer, aangezien het hoger beroep er mede toe dient fouten en omissies in eerste aanleg te herstellen.
4.2. Aan het hof ligt de vraag voor of de rechtbank op goede gronden heeft beslist dat de geboorteakte van de vrouw wordt verbeterd waardoor haar geslachtsnaam wordt gewijzigd.
4.3. De vrouw heeft in hoger beroep aangevoerd dat uit de beschikking van de rechtbank Den Haag niet kan worden afgeleid dat het huwelijk van haar ouders niet rechtsgeldig is verklaard. Daarnaast stelt zij dat zij door wijziging van haar geslachtsnaam een identiteitsverlies beleeft waardoor een niet gerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op haar privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
4.4. Het hof stelt vast dat in de geboorteakte van de vrouw is vermeld dat zij de dochter is van de echtgenoten [voornaam x] [X] en [voornaam y] [Y] en dat haar geslachtsnaam [X] is. Ingevolge artikel 1:6 Burgerlijk Pro Wetboek geldt dat de geslachtsnaam ten aanzien van een ieder dwingend wordt bewezen door de akte van geboorte. Dat niet is komen vast te staan dat tussen de ouders sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, zoals door de rechtbank Den Haag in haar beschikking van 25 augustus 2006 beslist, kan evenwel niet tot de conclusie leiden dat het huwelijk van de ouders nietig was dan wel dat er geen huwelijk tussen hen was. Nu van de zijde van het OM geen feiten of omstandigheden zijn gesteld ter ondersteuning van zijn stelling dat tussen de ouders geen (rechtsgeldig) huwelijk was, wordt het bewijsaanbod van het OM gepasseerd.
5. Beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:
wijst af het inleidend verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.G. Kemmers, C.G. Kleene-Eijk en J.J.M. Bruinsma in tegenwoordigheid van
mr. B.J. Schutte als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2009.