ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3456
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.G. Kleene-Eijk
- J.J.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen wijziging geslachtsnaam wegens twijfel over rechtsgeldigheid huwelijk ouders
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Alkmaar die op verzoek van het Openbaar Ministerie de wijziging van haar geslachtsnaam van de naam van haar vader naar die van haar moeder beval. De vrouw betwistte de wijziging en voerde aan dat uit een eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag niet blijkt dat het huwelijk van haar ouders niet rechtsgeldig was, en dat de naamswijziging een onrechtmatige inbreuk op haar privéleven zou vormen.
Het hof stelde vast dat de geboorteakte vermeldt dat zij de dochter is van echtgenoten met de naam van haar vader als geslachtsnaam. Volgens artikel 1:6 BW Pro geldt dat de geslachtsnaam dwingend wordt bewezen door de geboorteakte. De eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag stelde slechts vast dat niet was komen vast te staan dat er een rechtsgeldig huwelijk was, maar dit betekent niet dat het huwelijk nietig was of niet heeft bestaan.
Het Openbaar Ministerie had geen feiten of omstandigheden gesteld die het tegendeel bewezen. Het hof passeerde het bewijsaanbod van het OM en concludeerde dat de rechtbank Alkmaar ten onrechte de naamswijziging had bevolen. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en wees het het verzoek tot naamswijziging af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot naamswijziging en wijst het verzoek af wegens onvoldoende bewijs van niet-rechtsgeldig huwelijk van de ouders.