ECLI:NL:GHAMS:2009:BM1518
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over onrechtmatige uitlatingen in kort geding over obligatielening
In deze zaak stond centraal of appellant onrechtmatig had gehandeld door in een artikel in Vastgoedmarkt te stellen dat geïntimeerde niet in de Verenigde Staten investeert vanwege een lopend onderzoek door de Amerikaanse toezichthouder SEC. De voorzieningenrechter had appellant veroordeeld tot rectificatie en betaling van proceskosten, met afwijzing van overige vorderingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de uitlatingen niet letterlijk door hem waren gedaan en dat het een journalistiek product betrof. Het hof oordeelde echter dat appellant de kern van de uitlatingen had bevestigd en dat de suggestie van een lopend SEC-onderzoek onrechtmatig was omdat daarvoor geen grond bestond. De uitlating schaadde de eer en goede naam van geïntimeerde onnodig.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Het bewijsaanbod van appellant werd niet behandeld wegens het karakter van het kort geding. De rectificatie was noodzakelijk ter bescherming van de rechten en reputatie van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt hem tot rectificatie en betaling van proceskosten.