ECLI:NL:GHAMS:2009:BN3303
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van opname in incidentenregister financiële instellingen bij dubbele financiering
In deze civiele zaak stond centraal of de Rabobank de persoonsgegevens van [X] en zijn vennootschappen [Y] en [Z] terecht had opgenomen in het interne en externe incidentenregister, gekoppeld aan het protocol incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen.
De Rabobank stelde dat [X] bewust voertuigen dubbel had gefinancierd, waarbij de auto’s zowel aan DLL (dochter van Rabobank) als aan een andere bank als zekerheid waren verpand zonder dat beide financiers hiervan op de hoogte waren. Dit werd onderbouwd met verklaringen en e-mailcorrespondentie, terwijl [X] en de vennootschappen onvoldoende betwistten dat de Rabobank niet op de hoogte was van de dubbele verpanding.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat opname niet gerechtvaardigd was omdat de Rabobank bekend zou zijn geweest met de eerdere verpanding. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat de Rabobank een gerechtvaardigd belang had bij de registratie op grond van artikel 8 sub f Wbp Pro, gelet op de benadeling van de bank en de integriteit van de financiële sector.
De Rabobank werd in het gelijk gesteld, de bestreden beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de verzoeken van [X], [Y] en [Z] werden afgewezen. Tevens werden zij veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en oordeelde dat de Rabobank gerechtvaardigd was de gegevens van [X], [Y] en [Z] in het incidentenregister te houden.