ECLI:NL:GHAMS:2010:3153
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M. Brilman
- G.H. van Asperen
- R.E. de Winter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schuldvariant invoer cocaïne in walnoten zonder voorwaardelijk opzet
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van circa 1986 gram cocaïne in walnoten via Schiphol. In hoger beroep stelde de verdediging dat de verdachte geen opzet had, omdat zij de walnoten op verzoek van een familielid meenam en geen reden had achterdochtig te zijn. De advocaat-generaal betoogde dat sprake was van voorwaardelijk opzet gezien de verdachte de betrokken familieleden niet kende en de verdachte onvoldoende onderzoek had gedaan.
Het hof oordeelde dat er geen overtuigend bewijs was voor opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, omdat de verdachte de walnoten had geopend en niets verdachts had gezien, en de omstandigheden niet zodanig waren dat zij meer onderzoek had moeten verrichten. Wel werd vastgesteld dat de verdachte nalatig had gehandeld door niet alle maatregelen te nemen om te voorkomen dat haar bagage drugs bevatte.
De rechtbank had een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd voor opzettelijke invoer, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de verdachte tot 6 maanden gevangenisstraf wegens schuldige invoer. Het in beslag genomen voorwerp werd verbeurd verklaard. De verdachte had verklaard dat eerdere justitiële vermeldingen onjuist waren vanwege identiteitsfraude.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het was begaan en de persoon van de verdachte. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf wegens schuldige invoer van cocaïne zonder bewijs van (voorwaardelijk) opzet.