ECLI:NL:GHAMS:2010:BL0514
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.N. van de Beek
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderhoudsbijdrage vader aan meerderjarige studerende dochter op grond van derdenbeding
De 21-jarige dochter vordert nakoming van een derdenbeding uit het echtscheidingsconvenant van haar ouders, waarin de vader zich verplicht een studiebijdrage te betalen zolang het kind studeert tot uiterlijk 25 jaar.
De vader stelt dat de bijdrage per de 21e verjaardag vervalt en voert aan dat de vordering niet in kort geding behandeld had moeten worden. Het hof oordeelt dat de spoedeisendheid gerechtvaardigd is en dat de vader zijn draagkracht niet voldoende heeft onderbouwd.
De dochter heeft redelijke studieresultaten en voldoet aan de voorwaarden van het beding. Het hof bevestigt dat de bijdrage redelijk is vastgesteld op € 286,70 per maand, rekening houdend met haar inkomsten en vaste lasten, en wijst de grieven van de vader af.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vader een maandelijkse studiebijdrage van € 286,70 aan zijn dochter moet betalen.