ECLI:NL:GHAMS:2010:BL0879
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L. Diender
- A. van Haeringen
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pensioenverweer en begunstigingswijziging bij echtscheiding buiten gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 1981 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met een Amsterdams verrekenbeding. De man heeft levensverzekeringen afgesloten waarbij aanvankelijk de vrouw als begunstigde was vermeld. Na het echtscheidingsverzoek heeft de man de begunstiging gewijzigd ten gunste van zijn huidige partner.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de beschikking die de echtscheiding uitsprak en voerde aan dat haar bestaand vooruitzicht op uitkeringen uit de levensverzekeringen door de echtscheiding verloren zou gaan, zonder dat de man een billijke voorziening had getroffen. Zij stelde tevens dat de wijziging van de begunstiging onrechtmatig en te kwader trouw was.
Het hof oordeelde dat het verlies van het vooruitzicht op uitkeringen niet het gevolg was van de echtscheiding, maar van de wijziging van de begunstiging door de man. Omdat partijen buiten gemeenschap van goederen waren gehuwd, kon de vrouw geen beroep doen op artikel 1:153 BW Pro. Daarnaast bood de man aan de helft van de waarde van de polissen contant af te rekenen, wat het hof als een voldoende voorziening beschouwde.
De vrouw had nagelaten te stellen dat deze voorziening onvoldoende was. Het hof bevestigde daarom de echtscheiding en wees het beroep van de vrouw af. De vraag of de wijziging van begunstiging onrechtmatig was, werd buiten beschouwing gelaten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding en wijst het beroep van de vrouw af wegens ontbreken van een beroep op artikel 1:153 BW.