ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7374
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Gonggrijp-van Mourik
- J.L. Bruinsma
- M.E.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzetheling van een door misdrijf verkregen creditcard
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, maar het hof achtte de subsidiaire opzetheling van een creditcard wettig en overtuigend bewezen. De creditcard was rond september 2006 uit de post ontvreemd en werd gebruikt voor frauduleuze transacties. De verdachte reisde eind oktober 2006 naar Lagos en werd bij terugkomst op Schiphol betrapt met de creditcard in zijn portemonnee.
De verdachte gaf wisselende verklaringen over het bezit van de kaart, maar het hof concludeerde dat deze verklaringen verzonnen waren om de waarheid te verbergen. Uit het dossier bleek bovendien dat de verdachte eerder betrokken was bij posthengelen en dat in zijn auto en woning gegevens werden gevonden van meerdere slachtoffers van creditcardmisbruik.
Het hof oordeelde dat de verdachte wist dat de creditcard door misdrijf verkregen was en veroordeelde hem tot drie maanden gevangenisstraf, geheel onvoorwaardelijk. De rechtbank had eerder een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd, maar het hof zag daartoe geen aanleiding. Daarnaast werd de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor dat onderdeel.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor opzetheling van een door misdrijf verkregen creditcard.