ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9011
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- A.L. Diender
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vervroegde adoptie bij zwangerschap na donorbevruchting
In deze zaak is appellant [A] in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die haar verzoek tot vervroegde adoptie van het ongeboren kind van haar echtgenote [B] heeft afgewezen. [B] is zwanger door kunstmatige donorbevruchting.
De kern van het geschil is of adoptie reeds vóór de geboorte van het kind kan worden uitgesproken. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en het hof bevestigt deze beslissing. Volgens het hof kan het belang van het kind pas na geboorte worden beoordeeld, conform artikel 1:227 lid 4 en Pro artikel 1:230 lid 2 BW Pro.
De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd het verzoek af te wijzen. Het hof oordeelt dat er geen ongerechtvaardigd onderscheid is tussen adoptie en erkenning, omdat bij adoptie het belang van het kind wordt getoetst, wat bij erkenning niet het geval is.
Het verzoek tot vervroegde adoptie wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. Het verzoek tot adoptie na geboorte blijft in afwachting van de geboorteakte.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervroegde adoptie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.