ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9034
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- C.G. Kleene-Eijk
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijk ouderlijk gezag ondanks verzoek tot eenhoofdig gezag moeder
De moeder verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag over haar minderjarige kind te beëindigen en het gezag aan haar alleen toe te kennen, stellende dat de vader vanwege geestelijke stoornissen en langdurig contactgebrek onbevoegd was het gezag uit te oefenen.
Het hof liet de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen naar mogelijke contra-indicaties voor gezamenlijk gezag. De Raad concludeerde dat er geen onaanvaardbaar risico bestond dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en dat het gezamenlijk gezag in het belang van het kind was.
De moeder had onvoldoende onderbouwd dat de vader onbevoegd was tot gezag en het contactgebrek was volgens het hof het gevolg van de keuze van de moeder. Het ontbreken van goede communicatie tussen ouders rechtvaardigt niet zonder meer beëindiging van gezamenlijk gezag.
Gelet op de feiten, waaronder de detentie en behandeling van de vader, en de bevindingen van de Raad, oordeelde het hof dat geen zwaarwegende redenen bestonden om het gezag te wijzigen. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking die het gezamenlijk gezag handhaafde.
Uitkomst: Het hof bevestigt het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af.