ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A.M. Vaessen
- G.J. Rijken
- B.M. Mens
- Rechtspraak.nl
Toelating geslachtsnaam als derde voornaam kind ondanks wettelijke weigering
De vader verzocht de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht om de geslachtsnaam 'Donker' als derde voornaam van zijn zoon [A] op te nemen. De ambtenaar weigerde dit op grond van artikel 1:4 lid 2 BW Pro, omdat de naam overeenkomt met een geslachtsnaam en niet als gebruikelijke voornaam geldt. De rechtbank wees het verzoek af.
In hoger beroep stelde het hof vast dat het beleid omtrent het toelaten van geslachtsnamen als voornaam per gemeente verschilt. De ambtenaar van Utrecht hanteerde een beleid dat geslachtsnamen als voornaam weigert indien deze ook in de familie als achternaam voorkomen, wat niet in de wet is verankerd. Het hof oordeelde dat dit onderscheid onvoldoende is gerechtvaardigd en daarom willekeurig is.
Hoewel de naam 'Donker' sporadisch als voornaam voorkomt binnen de familie, is dit niet voldoende om als gebruikelijke voornaam te gelden. Desondanks kan de weigering niet worden gehandhaafd vanwege het arbitraire gemeentebeleid. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en gelastte opname van 'Donker' als derde voornaam van het kind.
Uitkomst: Het hof gelast de opname van de geslachtsnaam 'Donker' als derde voornaam van het kind in de geboorteakte.