ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0579
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Chorus
- Dun
- Gonggrijp-van Mourik
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na vrijspraak en voorlopige hechtenis grotendeels afgewezen
De verzoeker werd in de strafzaak met parketnummer 23-000298-08 vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten bij arrest van 3 juli 2009. Tijdens de procedure had verzoeker voorlopige hechtenis ondergaan van 30 januari 2006 tot 9 oktober 2006, met een onderbreking van 19 juli tot 1 september 2006. De voorlopige hechtenis bestond deels uit detentie in een politiebureau onder beperkingen en deels in een huis van bewaring.
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Sv Pro tot vergoeding van materiële en immateriële schade als gevolg van de verzekering en voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat alleen de forfaitaire vergoeding voor immateriële schade passend was, berekend op €95 per dag voor de eerste 31 dagen in een politiebureau en €70 per dag voor de overige 176 dagen in een huis van bewaring, totaal €15.265,-. Andere gevorderde schadeposten, waaronder extra immateriële schade, kosten voor derden en juridische bijstand, werden afgewezen wegens onvoldoende gronden van billijkheid en het ontbreken van onrechtmatigheid in de toepassing van voorlopige hechtenis.
Het hof wees ook de wettelijke rente af, omdat de Staat niet in verzuim was en het bedrag niet eerder verschuldigd was. De beschikking werd uitgesproken door de achtste meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 1 april 2010 en bepaalde dat de vergoeding onverwijld aan verzoeker moest worden betaald.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een forfaitaire schadevergoeding van €15.265,- na vrijspraak en voorlopige hechtenis; overige gevorderde bedragen worden afgewezen.