ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0586

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R 1449-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • Chorus
  • Dun
  • Gonggrijp-van Mourik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vergoeding voorlopige hechtenis na vrijspraak Kolbakzaak

De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak. Na een langdurige procedure is de verzoeker bij arrest van 3 juli 2009 vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, en is het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een eerdere vrijspraak. De strafzaak eindigde daarmee zonder strafoplegging.

Het hof heeft het verzoekschrift tijdig ontvangen en de betrokken partijen gehoord. De advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing van het verzoek. Het hof heeft vervolgens de inhoud van het dossier en de omstandigheden van de zaak zorgvuldig gewogen.

In het bijzonder is meegewogen dat de verzoeker, ondanks rechtsbijstand, tijdens het vooronderzoek en de terechtzitting vrijwel geen vragen heeft beantwoord, waardoor hij de kans onbenut liet om de ernstige bezwaren tegen hem weg te nemen. Ook is de motivering van de vrijspraak in het arrest van 3 juli 2009 van belang geweest.

Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van billijkheidsgronden heeft het hof het verzoek tot vergoeding afgewezen. De beschikking is op 1 april 2010 uitgesproken door de achtste meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van schade door voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ontbreken van billijkheidsgronden.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Rekestnummer: R 1449-09
Parketnummer: 23-000299-08
BESCHIKKING
op het op 2 oktober 2009 ter griffie van dit hof ingekomen
verzoekschrift ingevolge artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[verzoeker],
geboren te [plaats] op [geboortedatum],
woonplaats kiezende te [plaats].
Advocaat: mr. R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam.
Inhoud van het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat tot een bedrag van in totaal € 42.085,-, “nog te vermeerderen met € 20 per dag in politiecel/ beperkingen”, terzake van schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer.
Procesverloop
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 5 januari 2010 de advocaat-generaal, de verzoeker en de advocaat van de verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Beoordeling van het verzoek
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Bij - inmiddels onherroepelijk geworden - arrest van 3 juli 2009 is de verzoeker vrijgesproken van het hem onder 2 tenlastegelegde feit. De rechtbank te Haarlem had de verzoeker bij vonnis van 21 december 2007 vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde feit en bij voormeld arrest is het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen deze beslissing van de rechtbank. De strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
De verzoeker heeft met ingang van 30 januari 2006 verzekering en voorlopige hechtenis ondergaan. Op 17 april 2007 is de voorlopige hechtenis in de onderhavige strafzaak opgeschort en deze is nadien niet meer hervat.
Naar het oordeel van het hof zijn er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, geen gronden van billijkheid aanwezig voor het toekennen van een vergoeding. Daarbij heeft het hof gelet op de inhoud van het dossier. Het hof acht het in het bijzonder van betekenis dat de verzoeker, van rechtsgeleerde bijstand voorzien, ervoor heeft gekozen tijdens het vooronderzoek vanaf 1 februari 2006 en tijdens het onderzoek ter terechtzitting vrijwel geen vraag omtrent hetgeen hem werd verweten, te beantwoorden; het stond de verzoeker vrij zich zo op te stellen, maar hij heeft daardoor de gelegenheid onbenut gelaten ertoe bij te dragen dat de ernstige bezwaren tegen hem, die aanleiding gaven tot de (voortgezette) toepassing van voorlopige hechtenis, zouden worden weggenomen. Vooral echter heeft het hof ook gelet op de motivering van de vrijspraak, opgenomen in voormeld arrest van 3 juli 2009.
Derhalve moet worden beslist als volgt.
Beslissing
Het hof:
Wijst het verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Chorus, Dun en Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. Laatsch als griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 1 april 2010.