ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0711
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake proceskostenvergoeding bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2006, waarbij de inspecteur de aanslag had verminderd en een beperkte proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep op de kostenvergoeding ongegrond. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de toegepaste wegingsfactor van 0,25 te laag was gezien de complexiteit van de zaak.
Het Hof oordeelde dat de zaak niet van zeer licht gewicht was, omdat de gemachtigde zich moest verdiepen in de cijfers en de wijziging van een voorlopige teruggaaf naar een aanslag. Er was geen sprake van een fout die zonder nader onderzoek duidelijk was. Daarom werd de wegingsfactor verhoogd naar 1 en werd de proceskostenvergoeding dienovereenkomstig vastgesteld.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de beslissing van de inspecteur voor zover het de proceskostenvergoeding betreft, bevestigde de overige onderdelen van de uitspraak van de inspecteur, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase, beroepsfase en hoger beroepsfase. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Hof verhoogt de wegingsfactor naar 1 en veroordeelt de inspecteur tot volledige proceskostenvergoeding inclusief griffierecht.