ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0905
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.H. van Asperen
- R.C.P. Haentjens
- J.G. Bulsing
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering wegens hennepkwekerij met reparatoir karakter
In deze zaak stond de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht centraal, waarbij het openbaar ministerie vorderde dat de veroordeelde een geldbedrag zou betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij.
De politierechter had het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil vastgesteld en de ontnemingsvordering afgewezen. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, waarbij het hof het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel benadrukte: het doel is de veroordeelde in de vermogenspositie terug te brengen zoals voor het strafbare feit, niet leedtoevoeging.
Het hof oordeelde dat de gehele investering en de gemaakte variabele kosten in mindering moeten worden gebracht op de opbrengst, en verwierp het standpunt van het openbaar ministerie dat slechts een deel van de investering als afschrijving in mindering mocht worden gebracht. Gelet op de bewijsmiddelen en de berekeningen stelde het hof vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel nihil was.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en wees de ontnemingsvordering af. De veroordeelde werd aldus niet verplicht tot betaling van enig bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat geen wederrechtelijk voordeel is verkregen en wijst de ontnemingsvordering af.