ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0910
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.H. van Asperen
- R.C.P. Haentjens
- J.G. Bulsing
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsmaatregel wegens hennepkwekerij; gehele investering in aftrek
De veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met het verbod uit artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet en er werd een ontnemingsmaatregel geëist op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De politierechter stelde echter het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil vast, omdat hij bij de kostenberekening uitging van de gehele investering en gemaakte kosten in verband met de hennepkwekerij.
Het openbaar ministerie ging in hoger beroep tegen deze vaststelling en betoogde dat volgens vaste jurisprudentie slechts een gedeelte van de investering (afschrijving) in mindering mag worden gebracht. Het hof oordeelde echter dat de politierechter terecht had geoordeeld dat in deze concrete zaak de gehele investering en de variabele en energiekosten van de tweede kweek in mindering mochten worden gebracht.
Het hof nam aan dat de veroordeelde éénmaal had geoogst en dat de kwekerij tijdens de tweede kweek werd ontdekt en ontmanteld. De opbrengst minus de totale kosten resulteerde in een negatief bedrag, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel nihil werd geschat.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en wees de vordering van het openbaar ministerie af. De ontnemingsmaatregel werd niet toegewezen omdat de veroordeelde volgens het hof geen voordeel had behaald uit de hennepkwekerij.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af en stelt dat de veroordeelde geen voordeel heeft behaald.