ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2731
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.G. Kleene-Eijk
- E. Gras
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot wijziging eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na echtscheiding is bij beschikking van de rechtbank Groningen het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De vader verzoekt in hoger beroep om wijziging van het gezag, primair dat hij het gezag krijgt en subsidiair gezamenlijk gezag, met verblijfplaats bij hem.
De vader stelt dat hij onterecht niet-ontvankelijk is verklaard en voert aan dat de moeder zich negatief opstelt, hem buiten het leven van de kinderen houdt en dat hij beter voor hen kan zorgen. Hij beroept zich op onjuiste of onvolledige gegevens bij de eerdere beschikking, onder meer omdat hij niet betrokken was bij de procedure en de moeder psychische problemen zou hebben.
De moeder betwist ontvankelijkheid en wijziging, wijst op eerdere uitgebreide motivering van de rechtbank en stelt dat de vader onvoldoende nieuwe feiten heeft aangevoerd. Het hof overweegt dat de vader niet met nieuwe feiten komt die het eerdere oordeel in een ander daglicht stellen, en dat hij de beschikking van 1 april 2008 had moeten aanvechten via hoger beroep. De vader wordt daarom niet ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van het gezag en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Groningen.