ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3873
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen
- R.G. Kemmers
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming vakantie met kind naar Verenigde Staten
In deze zaak staat een geschil tussen de ouders centraal over het verzoek van de moeder om met hun kind gedurende de meivakantie 2010 naar de Verenigde Staten te reizen. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar verschillen van mening over het verblijf van het kind in de VS. De vader vreest dat de moeder niet zal terugkeren met het kind naar Nederland, terwijl de moeder dit ontkent en een gedetailleerd plan en toezeggingen heeft gedaan.
Het hof overweegt dat het belang van het kind om zijn Amerikaanse familie te leren kennen zwaarder weegt dan de vrees van de vader. De moeder heeft een overeenkomst ondertekend waarin zij zich verplicht om met het kind uiterlijk 2 juni 2010 terug te keren naar Nederland. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert geen bezwaar te maken tegen het verblijf.
Het hof bekrachtigt de beschikking die de moeder vervangende toestemming geeft voor het verblijf in de VS en wijst het verzoek van de vader af om het Amerikaanse paspoort van het kind aan hem af te geven. Tevens wijst het hof het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de moeder vervangende toestemming geeft om met het kind in de VS te verblijven van 3 mei tot 2 juni 2010.