ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3895
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijfplaats en zorgregeling na echtscheiding met gedeeld gezag
Partijen zijn in 1996 gehuwd en in 2009 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, over wie gezamenlijk het gezag wordt uitgeoefend. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader had vastgesteld.
De moeder wenst een co-ouderschapsregeling en verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen, met name vanwege de woonsituatie en de schoolproblemen van één kind. De Raad heeft geadviseerd geen wijziging aan te brengen in het hoofdverblijf vanwege het belang van rust en stabiliteit.
Het hof overweegt dat de woonsituatie van de ouders naast elkaar wonen een goede basis biedt voor een gedeelde zorgregeling en dat de situatie bij de vader inmiddels is veranderd door het samenwonen met een nieuwe partner en haar kinderen. Het hof acht het in het belang van het kind met schoolproblemen dat haar hoofdverblijf bij de moeder wordt vastgesteld zodat zij de noodzakelijke ondersteuning kan bieden.
Het hof stelt een zorgregeling vast waarbij de kinderen afwisselend bij de moeder en vader verblijven, waarbij het andere kind bij de vader blijft wonen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het hoofdverblijf en de zorgregeling betreft voor het kind met schoolproblemen en bekrachtigd voor het overige.
Uitkomst: Het hof stelt het hoofdverblijf van één kind bij de moeder vast en wijzigt de zorgregeling, terwijl het hoofdverblijf van het andere kind bij de vader blijft.