ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7146

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
23-005455-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 153 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van tenlastegelegde misdrijf door niet voldoen proces-verbaal aan wettelijke eisen

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. De tenlastelegging betrof een misdrijf waarvan het bewijs hoofdzakelijk steunde op een proces-verbaal van bevinding dat niet voldeed aan de wettelijke eisen zoals gesteld in artikel 153, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof oordeelde dat de redenen van wetenschap onvoldoende waren gemotiveerd in het proces-verbaal, waardoor dit bewijsstuk niet als wettig en overtuigend bewijs kon dienen. Aangezien er geen andere bewijsmiddelen waren, kon het hof niet anders dan tot vrijspraak overgaan.

De verdediging had verweren ingebracht die het hof niet nader hoefde te bespreken vanwege het ontbreken van voldoende bewijs. De advocaat-generaal had weliswaar dezelfde straf als in eerste aanleg gevorderd, maar het hof volgde dit niet.

Het arrest is gewezen door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 8 juni 2010.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

parketnummer: 23-005455-09
datum uitspraak: 8 juni 2010 (PROMIS)
TEGENSPRAAK
ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 30 oktober 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-021742-09 tegen
(naam verdachte),
geboren te (geboorteplaats) (geboorteland) op (geboortedatum),
adres: (adres).
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2010.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie aan dit arrest gehecht. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Vrijspraak
Het hof overweegt dat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, er sterke aanwijzingen bestaan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de tenlastelegging omschreven misdrijf.
Echter, gelet op het feit dat in dezen het bewijs in de kern moet worden gevonden in het “proces-verbaal van bevinding” van 14 maart 2009, opgemaakt door verbalisant (naam verbalisant), in welk (imprimé) proces-verbaal naar het oordeel van het hof de redenen van wetenschap onvoldoende tot uitdrukking zijn gebracht en aldus bezien dat proces-verbaal niet voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 153, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering te stellen eisen, acht het hof - nu er overigens geen bewijsmiddelen voorhanden zijn - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven naar het oordeel van het hof de ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw gevoerde verweren geen bespreking.
Beslissing
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. R.M. Steinhaus en mr. J.G. Bulsing, in tegenwoordigheid van mr. S.G.J. Berk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 juni 2010.
Mr. Bulsing is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.