ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7446
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- R. Veldhuisen
- N.F. van Manen
- M.F.J.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering gevangenneming wegens niet voldoen aan achtjaars-eis
De verdachte is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien maanden, waartegen hoger beroep is ingesteld. In de strafzaak is echter nog geen dagvaarding in hoger beroep uitgebracht.
De advocaat-generaal heeft op grond van artikel 66a Sv gevangenneming gevorderd omdat de voorlopige hechtenis was bevolen, maar het openbaar ministerie had verzuimd tijdig verlenging te vorderen. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn gehoord over deze vordering.
Het hof overweegt dat de gevangenneming ten spoedigste moet worden gevorderd en dat de voorlopige hechtenis betrekking moet hebben op een misdrijf met een wettelijke strafdreiging van ten minste acht jaar. In deze zaak voldoet de gevorderde maatregel niet aan deze eis, omdat de strafbedreiging lager is dan acht jaar. De vordering is daarom niet-ontvankelijk.
Het hof wijst de gevangenneming af en beveelt onverwijlde toezending van het vonnis aan de verdachte. De regeling van artikel 66a Sv is bedoeld om termijnverzuim te repareren in ernstige zaken, hetgeen hier niet aan de orde is.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot gevangenneming wegens het niet voldoen aan de achtjaars-eis.