ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7590
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M. Wigleven
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Jeugdbescherming is geen belanghebbende bij ondercuratelestelling na meerderjarigheid
In deze zaak stond centraal of Stichting Jeugdbescherming (WSS) ontvankelijk was in hoger beroep tegen een beschikking tot ondercuratelestelling van een meerderjarig kind dat eerder onder toezicht was gesteld. Het kind, geboren in 1992 en geadopteerd, had een lichte verstandelijke beperking en was sinds januari 2009 onder toezicht gesteld door WSS namens Bureau Jeugdzorg.
De kinderrechter had op 21 januari 2010 de ondercuratelestelling van het kind bevolen met ingang van haar meerderjarigheid, waarbij de ouders tot curatoren waren benoemd. WSS stelde zich op het standpunt dat zij als belanghebbende in de procedure moest worden aangemerkt en daarom ontvankelijk was in het hoger beroep.
Het hof overwoog dat de ondercuratelestelling pas in werking treedt bij het bereiken van de meerderjarigheid, waarna de ondertoezichtstelling van rechtswege eindigt. Hierdoor heeft de beschikking geen directe betrekking op de rechten of verplichtingen van WSS in haar rol binnen de ondertoezichtstelling. Ook de gelijkstelling van WSS met een voogd werd verworpen, omdat een gezinsvoogd niet de wettelijke vertegenwoordiger is zoals een voogd dat is.
Daarom concludeerde het hof dat WSS niet tot de kring van belanghebbenden behoort zoals bedoeld in artikel 798 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en verklaarde het hof WSS niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Het voorwaardelijk incidenteel appel behoeft geen bespreking en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Stichting Jeugdbescherming is niet ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de ondercuratelestelling van het meerderjarig kind.