ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7599
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Wigleven
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Opstarten omgangsregeling na ouderschapsonderzoek ter bevordering contact minderjarige met vader
In deze zaak staat de omgang tussen een minderjarige en haar vader centraal, waarbij het hof een ouderschapsonderzoek heeft laten uitvoeren door een deskundige. De minderjarige heeft sinds 2006 geen contact meer gehad met haar vader en toont weerstand tegen omgang, wat het hof als onwenselijk beoordeelt voor haar ontwikkeling.
De deskundige concludeert dat het negatieve beeld van de vader diep is ingesleten en dat een omgangsregeling op dit moment niet zinvol is zonder intensieve systeemtherapie. Het hof onderschrijft dit en benadrukt dat zowel de ouders als hun partners zich moeten inzetten voor deze therapie, evenals individuele therapie voor de minderjarige.
Het hof stelt een gefaseerde omgangsregeling vast, te beginnen met een maandelijkse ontmoeting van twee uur via een omgangshuis vanaf 1 september 2011, met een mogelijke uitbreiding tot een dag in de drie weken bij de vader vanaf uiterlijk 1 september 2012. Proceskosten worden niet aan de vader opgelegd. Hiermee wil het hof het belang van de minderjarige bij contact met beide ouders waarborgen en haar harmonieuze ontwikkeling bevorderen.
Uitkomst: Het hof bepaalt een gefaseerde omgangsregeling tussen vader en minderjarige vanaf 1 september 2011, met nadruk op therapie en contactherstel.