ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7607
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M. Wigleven
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke bijdrage in kosten huishouding en verzoek tot rekening en verantwoording in echtscheidingsprocedure
In deze zaak staat de redelijke bijdrage van de man in de kosten van de huishouding centraal, alsmede het verzoek van de vrouw om een gedetailleerd overzicht van het huwelijksvermogen en het bestuur daarvan.
De vrouw had een voorlopige voorziening gekregen waarbij de man maandelijks € 1000,- aan haar betaalde voor levensonderhoud, naast het voldoen van overige lasten van de woning en verzekeringen. De vrouw verzocht in hoger beroep om een hogere bijdrage van € 4.388,- en om de man te veroordelen tot het verstrekken van een volledige en gedetailleerde rekening en verantwoording over het huwelijksvermogen.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen belang meer had bij een bijdrage in de kosten van de huishouding na de datum van de voorlopige voorziening. Het netto besteedbaar inkomen van partijen werd vastgesteld op circa € 2.200,- per maand na woonlasten. De hogere inkomsten van de man in Singapore werden erkend, maar de man had ook hoge lasten en had aannemelijk gemaakt dat hij op aanvaardbare wijze in de kosten van de vrouw had voorzien.
Ten aanzien van het verzoek tot rekening en verantwoording over het huwelijksvermogen overwoog het hof dat de man op grond van artikel 1:98 BW Pro gehouden is tot het verstrekken van inlichtingen, maar niet tot het doen van rekening en verantwoording. Bovendien ontbrak het de vrouw aan belang omdat in de lopende echtscheidingsprocedure alle noodzakelijke gegevens verstrekt zullen worden.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot een hogere bijdrage en uitgebreide rekening en verantwoording af.