ECLI:NL:GHAMS:2010:BM7804
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.P.C.M. Bruinsma
- H.C. Wiersinga
- C.M.P. Flint-Van Noort
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens parketstandje na voorgeleiding
De verdachte werd beschuldigd van opzettelijke mishandeling en bedreiging van een politiebrigadier op 27 juli 2008. Na zijn aanhouding werd hij op zondag aan de officier van justitie voorgeleid, die hem een 'parketstandje' gaf en hem vervolgens in vrijheid stelde. De verdachte mocht erop vertrouwen dat hij niet vervolgd zou worden voor deze feiten.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof oordeelde dat de voorgeleiding niet bedoeld was om een dagvaarding uit te reiken of een vordering tot inbewaringstelling te doen, maar slechts om een waarschuwing te geven.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Eén rechter was niet in staat het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte wegens het gegeven parketstandje na voorgeleiding.