ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9457
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- G.C. Makkink
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid voor schade door onoplettendheid scheepsagent bij aanrijding achtertros
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Waterkant c.s. aansprakelijk was voor schade aan de auto van scheepsagent [H], die op 19 augustus 2005 op het terrein van de Scandia Terminal in Amsterdam een achtertros van een cruiseschip raakte. [H] reed met slecht zicht en slecht weer tussen een stormbolder en het cruiseschip door en veroorzaakte schade aan zijn auto.
De rechtbank wees de vordering van [H] c.s. af omdat er geen sprake was van een gevaarzettende situatie die aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW Pro rechtvaardigde. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat [H], met zijn jarenlange ervaring en bekendheid met het terrein, een grotere mate van oplettendheid had moeten betrachten. Zijn snelheid van circa 30 km/uur onder slechte weersomstandigheden werd als onoplettend en onvoorzichtig beoordeeld.
Het hof paste de kelderluikcriteria toe en concludeerde dat Waterkant c.s. geen veiligheidsmaatregelen hoefden te treffen omdat het onoplettende gedrag van [H] niet redelijkerwijs voorzienbaar was. De grieven van [H] c.s. faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij [H] c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van [H] c.s. af wegens onvoldoende oplettendheid van de scheepsagent.