ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9475
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Agentuurovereenkomst en provisie over Passenger Service Charge niet verschuldigd
In deze civiele procedure stond centraal of de Passenger Service Charge (PSC), een door luchthavens aan luchtvaartmaatschappijen in rekening gebrachte heffing, onderdeel uitmaakt van de provisiegrondslag voor luchtvaartagenten. VLM, een luchtvaartmaatschappij die niet is aangesloten bij IATA, stelde dat de PSC niet tot de fare behoort waarover provisie wordt berekend. ANVR c.s., vertegenwoordigers van luchtvaartagenten, betoogden het tegendeel.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de PSC ook na 1 januari 1997 deel uitmaakt van de provisiegrondslag en VLM veroordeeld tot medewerking aan berekeningen van achterstallige commissies. Het hof onderzocht de voorwaarden van de agentuurovereenkomst en concludeerde dat de PSC volgens de toepasselijke Conditions of Carriage niet tot de fare behoort, maar een aparte tax, fee of charge is.
Het hof wees de stelling van ANVR c.s. af dat IATA-regels reflexwerking hebben, mede omdat VLM geen lid is van IATA en een hoger commissiepercentage hanteerde. Ook werd geoordeeld dat het feit dat PSC vóór 1997 mogelijk in de fare was verdisconteerd, niet betekent dat VLM verplicht was om na 1997 provisie over de PSC te blijven betalen.
Het bewijsaanbod werd verworpen wegens gebrek aan concrete stellingen. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vorderingen van ANVR c.s. af, waarbij zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van ANVR c.s. af, waarbij zij in de proceskosten worden veroordeeld.