ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0058
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tuchtrechtelijke maatregel wegens onvoldoende voortvarendheid gerechtsdeurwaarder
Klaagster diende een klacht in tegen de gerechtsdeurwaarder wegens onvoldoende voortvarendheid bij de incasso van een vordering op een debiteur. De gerechtsdeurwaarder had beslag gelegd op een auto van de debiteur, maar deze bleef in bezit van de debiteur en werd later verkocht, ondanks verzoeken van klaagster om anders te handelen.
De gerechtsdeurwaarder had slechts één afdracht van € 200,- aan klaagster gedaan sinds 2007, terwijl klaagster stelde dat de debiteur wel verhaal bood. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht gegrond en legde een berisping op met waarschuwing voor zwaardere maatregelen bij herhaling.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de gerechtsdeurwaarder niet voortvarend had gehandeld, mede omdat hij niet voldeed aan verzoeken om inzicht in betalingen en het dossier niet correct afhandelde. Gezien eerdere klachten en sancties achtte het hof een schorsing van een week passend.
De schorsing gaat in op 6 juli 2010. De overige onderdelen van de bestreden beslissing blijven in stand.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder wordt geschorst voor een week wegens onvoldoende voortvarendheid bij incasso.